maandag 19 april 2010
Zollverein
dinsdag 28 juli 2009
Vennbahn
Plots duikt het op in het veld, een seinhuis. De auto gaat direct aan de kant en we gaan op verkenning. Het seinhuis is nog helemaal ingericht, maar helaas zit er een groot nieuw hangslot op de toegangsdeur. Er is weinig te zien verder, een enkel stukje vergeten spoor van nog geen twintig meter en en dito achtergelaten wissel.
Verderop bespeuren we een station met een tweetal goederenwagons ernaast. Onze nieuwsgierigheid is gewekt en we gaan opnieuw op verkenning. Op dat moment weten we niet dat we op het spoor van de voormalige Vennbahn zijn. Een spoorlijn die de industriële centra van Aachen met Luxembourg verbond maar in de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol voor de Oosterburen vervulde. Na de oorlog werd de lijn met alles erop en eraan aan de Zuiderburen gegeven, waardoor nog steeds een deel van het land Oosterbuurs praat.
Een oorlog later was de Vennbahn een van de doelen van het Ardennenoffensief en werd er al zoveel opgeblazen en vernield dat belangrijke baanvakken nooit meer opereerden. Ondertussen is het spoor bijna overal opgebroken, de museumlijn is opgeheven, het station van Sourbroth wordt opgeknapt voor bewoning en er schijnt nog een deel per railbike te fietsen zijn, maar tijdens onze speurtocht vinden we weinig tekenen van activiteit.
En zo blijkt, op een gewone kriskras rondreis in Zuiderburen is steeds weer wat te beleven. Het land is vol oorlogsgeschiedenis en verlaten, vervallen industrie en spoor. Een land voor de moderne ontdekkingreiziger. ga ook eens kijken, het is de moeite waard!
Bekijk de Vennbahn op Google Earth
la Neuve
Het stond op het verlanglijstje van de Kaco's, maar zelf was ik er, na het lezen van Arm Wallonië , ook bijzonder nieuwsgierig naar. Louvain la Neuve, oftewel Nieuw Leuven. Voorbeeld van de taalstrijdgekte bij onze Zuiderburen. Eind jaren 60 is die strijd op een hoogtepunt met als gevolg een splitsing van de universiteit. De ene kant van de taalgrens behield de universiteit in de oude stad Leuven, een gezellige stad met mooie pleinen en dito kroegjes. Aan de andere kant van de taalgrens, 30 kilometer verder, werd in pure seventiesstijl een nieuwe stad opgetrokken. Men begon met het bouwen van een enorme parkeergarage waar de stad opgebouwd werd, de stad is autovrij en alle wegen richting het centrum leiden naar een slagboom.
En is het nu mooi geworden? Het autovrij bevalt me wel, overal is de compacte stad goed bereikbaar. Het station is nooit meer dan 10 minuten lopen ver. De stad is niet mooi, verre van mooi. Lelijke, donkere flatgebouwen en studentenwoningen staan dicht op elkaar, het plein van het centrum ziet er niet uit, een poging om een Textielstadaanzeestrand na te apen levert weinig sfeerverhoging op. Het is, zelfs als de zon schijnt, een trieste bedoening en een goed voorbeeld hoe het niet moet. Interessant is het wel, mocht je ooit in de buurt zijn, neem even een kijkje. Want ook al is er geen sfeer, elke kroeg schenkt wel 50 soorten lekker bier en dat missen we in ons landje nou weer.
dinsdag 24 februari 2009
toren
Mocht ik de komende tijd wat licht beginnen te geven in het donker, hier de reden. Een bezoekje aan de Zuiderbuurse kerncentrale van Muurdorp. Indrukwekkend hoor, al dat koelwatergeraas. Van achter het gaas.
dinsdag 17 februari 2009
route de l'industrie
In de buurt van de Muur vinden we de overblijfselen van een papierindustrie, tassen met puin, een betonnen overblijfsel van een watertoren en half gesloopt gebouw. Een paar stukjes smalspoor en enkele vergane bruggetjes maken het beeld compleet. In dezelfde Muurstad aan de Meuse vinden we ook een andere verlaten fabriek en natuurlijk de kerncentrale, die we van achter de nodige strengen prikkeldraad bekijken.
Dichterbij de grens aan dezelfde rivier ligt een echte werkende Industriestad. Het is overal te zien, rokende schoorstenen, smerige huizen, roet, armoedige buurtjes, fascinerend en bizar. Alsof je jaren terug stapt in de tijd.
zondag 15 februari 2009
dinsdag 30 december 2008
maandag 29 december 2008
kunst, braunkohle und stahl!

Met moeite vinden we een parkeerplaats, de straat voor het museum staat boordevol met auto's. Binnen blijkt dat we niet de enigen zijn die besloten om de expositie te bekijken. Binnen is het lastig om de bijna 200 foto's rustig te bekijken, zo druk is het. Een speciale reden is er niet, het is altijd druk bij de "Ausstellungen" hier, horen we even later in het Kaiser Wilhelm museum. Bij openingen staat het publiek tot op de straat. Een bijzonder polulaire bestemming in de regio dus. rare jongens die Oosterburen.
De expo is prachtig, totdat de grote hoeveelheid werk tegen begint te staan. Tijd om de keizer op te zoeken. Ook een prachtig museum met een mooie collectie moderne kunst. het is er uitgestorven, in tegenstelling tot de andere locatie. We hebben alle tijd om rustig, met een praatgrage suppoost achter ons aan, het werk te bekijken. Een aanrader, absoluut, als je van ietwat (wereld)vreemde musea houdt, breng een bezoekje.

Na de musea besluiten we een bezoek te brengen aan een heel andere plek. De bruinkoolmijnen van Garzweiler. In april bezochten we dit gebied ook en kwamen in het dichtgespijkerde dorpje Holz terecht. Daar komen we nu ook weer terecht, op zoek naar de lampjes van de grote gravers in de mijn. Het wordt een bizarre zoektocht in een donker gebied dat niet meer op de kaart staat, aan de TomTom hebben we niets meer.

Opnieuw komen we in Holz terecht. In de afgelopen acht maanden is bijna het hele dorp platgeslagen. Op het plein staat een kaarsje te branden naast het kapelletje, om het plein resten alleen nog hopen puin van de huizen waar we eerder nog doorheen liepen. In een aantal huizen, vijf in totaal, brand nog licht. Hier wonen nog mensen die hun Heimat om zich heen zien verdwijnen in de grijpers van de graafmachines die steeds dichterbij komen. Over een paar maanden is er niets meer over, de infrastructuur is al bijna weg. De weg die ons eerder tot bijna bovenop de machine's bracht, bestaat al niet meer, verdwenen.
(Op Googlemaps is het dorp nog steeds te vinden, kijk hier)

Uiteindelijk vinden we ook het Aussichtpunkt (volg Julicher Strasse naar de Grubenrandstrasse en rij dan een meter of 100 rechtdoor) om de lampjes te bekijken. Een machtig gezicht, zo ver het oog reikt, zijn gravers in het duister aan het werk. Met de camera van de Kaco's lukt het om een paar mooie plaatjes te schieten.

Dan gaan we op pad naar de volgende belevenis. De tunnel onder het terrein van ThyssenKrupp, een must voor de echte industrieliefhebber. Het is prachtig! Een bizarre ervaring om door de tunnel te lopen en rijden. De stank is verschrikkelijk, het lawaai van de toeters en fluiten als er gegast wordt in luid en in de tunnel verwacht je een misdaad om elke hoek. We verkennen het terrein van de staalfabriek en stappen regelmatig uit de auto om foto's te maken. Indrukwekkend is het, beangstigend, mooi, lelijk, prachtig!

Dan is het tijd om huiswaarts te keren. Nog een laatste blik en dan gaan we. Bis Bald!
(klik op foto's voor groter beeld)
Meer lezen over ontdekkingstochten in industrieland? Klik hier voor de officiële website van een genootschap in oprichting.
zondag 28 september 2008
toren
maandag 11 augustus 2008
tsjoeketsjoek
Treintjes. Als kind was ik al wild van deze machines. Op de zolderkamer achter de elektrische trein, maar ook op het perron, rangeerterrein en soms zelfs op de bok van een locomotief, met een pen en een camera in de hand. Ergens halverwege jaren tachtig ben ik gestopt met deze hobby, belangrijkere dingen dienden zich aan.
Toch heeft het me nooit helemaal losgelaten, nog steeds check ik welk treinstelnummer ik bereis, iets nieuws of vreemds op het spoor trekt direct mijn aandacht en van tijd tot tijd schiet ik nog wel eens stiekum een fotootje van een treintje. Co van Kaco heeft een gelijksoortige tik, alleen meer op het van trams.
Toen onze Ka&K onlangs aangaven behoefte te hebben aan een heerlijke verwendag met high tea en sauna, waren Co en ik het al snel eens. Wij gaan ook een verwendag doen. Maar dan eentje met treintjes. Niet heel erg ver, in ons favoriete industriegebied, zou een prachtig museumpje moeten zijn.
Na een prachtige route door het werkelijk wonderschone gebied vinden we het museum. De toegang is met 5,5 euro goed betaalbaar en een blik door het hek doet ons beiden jubelen. Snel naar binnen maar eerst een blik op de klok, bijna vijf uur hebben we nog.
Het museum is gevestigd op een voormalig Bahnbetriebswerk en dat is te zien. Prachtig, overal staan loc's en wagons, in verschillende stadia van verval of opknap. Af en toe klinkt er een omroepbericht dat er "nicht auf die Gleise gelaufen" mag worden, maar niemand trekt zich er iets van aan.
Een bijzonder charmant museum, in tegenstelling tot ons eigen nationale spoorwegmuseum hier geen gelikte en gepoetste treinen, kinderbeleving of speurtochten. Nee, hier is het Walhalla voor de spoorliefhebber. Hier staan de werkpaarden zoals ze echt hebben gereden of nog steeds rijden.
Co en ik vermaken ons dan ook uitstekend. We klauteren en klimmen overal bovenop, achterlangs of onder en bestuderen elke wagon, lok of Schienenbus die we kunnen vinden. Tussendoor drinken we een kopje koffie of Apfelschorle met een spannende automatenkoek, maar al snel is het tijd om te gaan. Het museum gaat dicht. In de winkel, "Wir sind geslossen" maar kijkt u gerust rond, koop ik voor een absoluut prikje een paar boekjes en een mooi Wagon 277 bordje. Dan gaan we verder. Naar de Schwebebahn zal later blijken, zie daarvoor het filmpje hieronder.
zweefbaan
vrijdag 18 juli 2008
Glück Auf
Bergbau. Wat een vreemde naam hebben onze Oosterburen toch voor de mijnbouw. Totdat je op een Halde (Terril genoemd bij onze Zuiderburen) staat, hoog uitkijkt over een industrieel landschap en beseft dat alles onder je voeten opgegraven en uitgehakt is uit moeder aarde en je bovenop een enorme berg steenafval uit de mijnen staat. Op dat moment komt ook het besef wat voor een gigantisch iets het eigenlijk is, een kolenmijn. Als de berg afval al zo enorm is, hoe hoog zou de berg kolen dan wel niet geweest zijn?
Glúck Auf. We, industriedwazengenootschap in oprichting, zijn opnieuw voor een ontdekkingstocht afgereisd naar het Oosterbuurse Industriegebiet. We beginnen in het Bergbaumuseum. En wat voor een museum!
Wezijn er om wat op te steken over de Oosterbuurse Regional Bergbau maar het museum is compleet. Zo compleet, zo groot, zo enorm, dat het onmogelijk is om alles te zien. Niet alleen staat het museum vol met werkelijk alles wat Bergbau aangaat, vanaf het ontstaan van de aarde tot alle typen gravers, delvers, nee, het museum heeft ook nog eens 2,5 kilometer ondergrondse mijngang nagemaakt waar alles nog eens in het "echt" te zien valt. Daarnaast is er ook nog een echte lifttoren van een meter of vijftig hoog. Het bekijken van beiden is verplichte kost.
Zeker als blijkt dat de lift van ondergronds in een keer doorschiet naar het hoge platform tot grote schrik van Krien en ik er zelf ook achterkom dat ik nog steeds een zekere mate van hoogtevrees ken. Een wiebelende metalen toren is nog niet helemaal mijn ding.
Een übercomplettes museum kortom. teveel om te zien, teveel om te verwerken, maar wel prachtig. Zeker ook omdat het enorme complex sinds de jaren zeventig weinig is veranderd, de oubolige sfeer is een genot.
Het is vijf uur als we het museum verlaten. De tocht gaat naar de Halde die we een tijdje geleden al zochten. Het weer zit niet mee als we de Kreuzweg volgen naar de top. We vinden tijdelijk een schuilplaats, maar worden uiteindelijk tot op de draad nat in het maanlandschap van de gigantische bult. Het geeft niet, daar is het te mooi en spannend voor. We zoeken naar fossielen en andere mooie stenen, genieten van het uitzicht. Dan reizen we verder, naar Netoverdegrensstadt voor een hapje en een drankje.
Binnenkort komen we in deze regio weer opzoeken, er staat nog veel op het programma en er komt steeds meer bij.
Glück Auf!
maandag 7 juli 2008
kazemat
(Een korte inleiding; in de meimaand van 1940 valt het Oosterbuurse leger ons land binnen. Ons leger moet zich met veelal oud en onvoldoende materiaal verdedigen maar slaagt er in om de Oosterbuurse troepen vier dagen lang tegen te houden en grote verliezen toe te brengen. Het bombardement op Havenstad en de dreiging van meer vernietiging dwong uiteindelijk een overgave af.
Een van de plekken waar de Oosterbuurse troepen geen millimeter terrein wonnen was op de Afsluitdijk. De stelling Kornwerderzand was niet te passeren en een aanval in de rug van onze hoofdstad werd zo voorkomen.)
Tot zover de geschiedenis. Samen met Krien (nog nooit op de dijk geweest) ben ik gisteren maar eens wezen kijken op deze plek waar tegenwoordig het kazemattenmuseum is gevestigd in een deel van de stelling. Een kans om binnen te kijken in een echte kazemat. Helaas zonder het Kaco-duo zoals gepland, 50% van dit roemruchte duo lag met zomergriep in bed.
Een echte aanrader, dit museum. Voor slechts drie euro een hele middag ronddolen in loopgraven en onder drie meter dik beton. Met op de achtergrond het geklots van de Binnenzee en het gigil van zeevogels. Prachtig. Het museum heeft een aantal van de verdedigingswerken opgeknapt, opnieuw ingericht en voorzien van echt elektrisch licht zodat je een indruk krijgt van de omstandigheden 68 jaar geleden.
Helaas staan er inmiddels wel wat stuiken en boompjes, zodat het uitzicht vanuit de observatiekoepel niet al te best is. Toch is het goed voor te stellen waarom de vijand er in 1940 niet langs kwam. Een paar uur loop je er snel rond. Vergeet niet om ook buiten het museum om ook eens op kazematjacht te gaan. De hele stelling is nog intact. Wij liepen naar kazemat IX, helemaal op het einde van het sluizencomplex. Een stukje lopen, maar met de beloning van een niet dichtgemetselde ingang. Een tip is de zaklamp. Het is aardedonker en zonder zaklamp zag ik niet veel en ben dus niet ver gegaan, maar het is mooi om te zien hoe een ongerestaureerde bunker er uit ziet.
Een keer terug dus, met lamp en voldoende brood voor meer spanning en sensatie.
zaterdag 26 april 2008
prosper II
Beter dan verwacht! EEn pracht van een Terril, of zoals het bij de Oosterburen noemen, ein Halden. Doodenge metershoge toren, maar met super uitzicht. En een prachtige mijnschacht, de Prosper II. En de ontdekking dat er prachtige fietsroutes lopen door het Roerbakgebied, dus snel twee hele mooie kaarten aangeschaft, voor veel fietsplezier! Binnenkort meer bezoekjes aan deze prachtige regio!
uitzicht

Hier gaan we vandaag maar eens kijken. In Oosterburen, in het industriële Roerbakgebied. Het is de terril (mijnafvalberg) van de Prospermijn, met een kunstwerk/uitzichttoren bovenop. We waren laatst met KaCo al in de buurt, op weg naar de bruinkoolmijnen. Nu gaan we er wat meer tijd doorbrengen. Ben benieuwd...
zaterdag 12 april 2008
Op ons schema stond vandaag een bezoek aan de nood IC achter het Textielstadse ziekenhuis. We waren er al een paar keer omheen gelopen en hadden al zitten fantaseren hoe het er binnen uit zou zien. Vandaag kon dat tijdens een open dag, dus om elf uur stonden we in een rij te wachten op onze beurt. Heel bijzonder allemaal, tenslotte is het niet een plek waar je dagelijks komt, en erg vriendelijke uitleg. Krien is nu helemaal blij.
zondag 6 april 2008
bizarre Kacotocht

De plannen voor de Kacotocht zijn vrij tam deze keer. We gaan het grote Roergebied in, naar een kunstmuseum en we gaan even een blik werpen op een megagraafmachine. Verder gaan we wel wat winkelen of zo. Co verontschuldigt zich, hij heeft weinig voorbereidingstijd gehad en duikt nog snel even met de laptop op schoot op de bank. Even later ratelt de printer en gaan we op pad, de niesmobiel volgeladen met broodjes, drinken en pepemuntballen.
Het gaat al snel mis als we een tiental minuten onderweg zijn. Langs de A31 staat een bord "Autobahnkapelle" en de knipper gaat uit, dat willen we zien. We komen uit bij een kerkje met een monument ervoor. Voor de mensen die tijdens wegwerkzaamheden zijn omgekomen, het zijn er best veel. We maken een rondje en vervolgen onze weg.
Amper het grote Roergebied binnengereden gaat de knipper opnieuw aan. Rechts is een terril (kolenafvalberg) gespot, met een werkende mijnschacht. Na een hoop gezoek vinden we een mijn en spreken een mijnwerker, die de poort uitloopt, aan. Inderdaad, we staan voor een van de laatste in werking zijnde kolenmijnen van het land. We proberen zo dicht mogelijk bij het terrein te komen en lopen er in de regen omheen. Als Krien en Co even later ook nog een ploeg mijnwerkers naar buiten zien komen is de vreugde compleet. We laten het plan voor de dag los en besluiten eerst naar de supergraver te gaan kijken.

Vanaf de Autobahn zien we opeens het silhouet van een graafmachine tussen de bomen door en meteen schieten we een oprit in. We komen in een dorp vol nieuwe huizen terecht. We kijken elkaar aan, hier is weinig aan, alles zo nieuw, geen groen, bah. En dus rijden we door, onder de snelweg totdat we tekens van de bruinkool zien. Een volgend dorp belemmert ons het zicht op de machine. Dan dringt het tot ons door. Het dorp is leeg en verlaten, de eerste huizen zijn al gesloopt en verder is alles dichtgetimmerd.
De auto gaat direct aan de kant en we gaan in het spookdorp op verkenning uit. Het dorp is uitgestorven, heel bizar. In diverse huizen nemen we een kijkje, net zo bizar om in de woonkamer te staan van een familie die misschien wel generaties lang in het huis heeft gewoond. De muren vertonen sporen van vocht en vandalisme. Het si vreemd om midden op het dorpsplein te staan, de kapel is dichtgestort, de aanplakzuil leeg en op de gevel van de plaatselijke kroeg hangt nog een uithangbord.
Aan het einde van het dorp is nog een huis bewoond. Het ziet er triest uit in de regen en het feit dat het ook nog aan de Sonnenweg ligt maakt het extra triest. Buiten het dorp loopt de grote weg naar niets. We vervolgen onze zoektocht naar de 288 en komen op een vreemd lege plek in het land. Een Graber is vlakbij zichtbaar en we beseffen ons dat we middenin de resten van een ander dorp staan. Binnenkort ziet ons spookdorp er ook zo uit. Inmiddels hebben we alle plannen overboord gezet, vanaf nu concentreren we ons op de bruinkoolmijn. We volgen de bordjes "Umleitung" en komen nergens uit. Ja, bij een autootje met een norse beveiliger.
Dan gaan we terug, we hebben even verderop een weggetje gezien die rechtstreeks naar de Graber loopt. Even later staan we tot de enkels in de modder, tip voor de volgende keer, laarzen meenemen, net als wat klein gereedschap. Echt aan de rand, vijf meter verderop is de weg weg en neemt de machine enorme happen grond. We blubberen wat rond en gaan dan weer op pad.
Uiteindelijk belanden we via een stuk niemandsland, dat ook onze upgedate TomTom, niet kent, bij een uitkijkpunt over de Tagebau. Enorm, gigantisch en adembenemend. De regen neemt af en we kijken onze ogen uit. De 288 zien we niet, maar het is hier zo groot ( de grootste van Europa) dat die overal kan staan.
Op weg naar huis doen we Netoverdegrensstadt aan voor een warme hap en een koel glas. Bij Extrablatt laden we de tafel vol Pick und Dip, totdat we knappen. dan is een prachtdag tot zijn einde gekomen. Nu nog hopen dat ik mijn mooie schoenen schoon krijg...
Meer links:
filmpje
Freunde der Erde
Freunde der Mine
Mining-technology.com
Stop Bruinkoolwinning
Nog een kaart

En een overzicht van een drietal bruinkoolmijnen, waaronder Garzeiler 2. (klik foto voor groter beeld)
zondag 29 juli 2007
urban ontdekken
Ik ken niet heel veel mensen die enthousiast kunnen worden bij de vondst van een stuk rails in een bos. Of die gaan jubelen bij het zien van een oude vervallen fabriek. Dingen waar ik onmundig blij van kan worden. Het Koekstadse duo KaCo heeft die gave ook. Ontdekkingstochten door de industriële rimboe? Bel ze maar, ze staan zo klaar.
Afgelopen vrijdag was het weer tijd voor zo'n tocht. Krien en Ka moesten helaas werken, maar Co was helemaal klaar voor een ontdekkingstocht langs het spoor richting Netoverdegrensstadt. Op de fiets.
Laat ik het maar kort samenvatten. We hebben elke spoorbrug- of overgang gezien en overgestoken, hebben de Oosterbuurse rangeeraftakking gevonden, heel Netoverdegrensstadt doorgefietst op zoek naar het verloop van de Aheenhuisse- en Bommenberendstadse aftakkingen en gezocht naar de ouderwetse voetgangersoversteekdraaihekjes.
Ook hebben we uren rondgedwaald door het verlaten textielfabriekcomplex, net achter de poal bij Grensdorp. Knerpend glas onder de schoenen, het geluid van waterlekkage overal, ingestorte daken, de geur van diverse brandstichtingen. Kortom een waar feest voor de liefhebber.
Tot slot hebben we nog een tweetal rondjes over oude begraafplaatsen, genoten we van een staaltje echte Oosterbuurse horeca en brachten we tot slot een bezoek aan een hele fijne Getränkehal. Bijzondere biertjes inslaan.
Binnekort lopen we het traject van de vroegere spoorlijn Textielstad-Oudstadtje. Belangstellenden kunne zich nog opgeven.


